Opbouw bachelor Cultureel erfgoed

De opleiding duurt vier jaar en bestaat uit een major van drieënhalf jaar en een minor van een halfjaar. De major is de kern van de opleiding en bestaat uit vier lesblokken van negen weken, twee stages en een afstudeerproject. De minor dient ter verbreding of verdieping van wat je in de major leert.

Een jaar bestaat uit vier blokken van elk negen weken. Ieder blok bestaat uit een project en vier vakken die voor een deel direct op de projecten aansluiten. In het curriculum is veel plaats ingeruimd voor excursies naar erfgoedinstellingen in Nederland en België en in Parijs (eerste jaar), Berlijn (tweede jaar) en Londen (vierde jaar).

 

De vier studiejaren

  • De vier lesblokken in het eerste jaar zijn gewijd aan het object, het publiek, het veld en de presentatie. Het tweede jaar omvat een stageblok en drie lesblokken met als onderwerpen verzamelen, communiceren en beheren.
  • In het derde jaar volg je zowel een stage als een minor. De Reinwardt Academie biedt vijf minors aan: Exhibition direction, Conserveringsspecialist, Publiek en participatie, Archieven en Erfgoed en e-cultuur. De laatste twee worden aangeboden in samenwerking met het Instituut voor Media en Informatiemanagement van de Hogeschool van Amsterdam. Je kunt er ook voor kiezen om zelf een minor samen te stellen uit het keuzeaanbod van de academie of van andere opleidingen.
  • In het vierde jaar ten slotte word je voorbereid op de beroepspraktijk. Dit jaar omvat twee lesblokken met als thema’s de omgeving en de professional. Je rondt de studie af met een afstudeerproject.

Tijdens de projecten en de meeste vakken moet je individueel of samen met je medestudenten een grote verscheidenheid aan beroepsproblemen leren oplossen. Zo ontwikkel je de noodzakelijke vaardigheden op het gebied van omgaan met objecten en de communicatie met het publiek. Je houdt je bezig met de informatie die een object bevat, de manier waarop je deze informatie kunt structureren, materialenkennis, publieksonderzoek, management, marketing, de theorie van het tentoonstellen, het schrijven van teksten voor het publiek, rondleiden, beeld en geluid, beroepsethiek, technisch tekenen, kunst- en cultuurgeschiedenis, overheidsbeleid en erfgoedtheorie.

Er zijn hoorcolleges, werkcolleges en trainingen. Daarnaast werk je een groot deel van de tijd in groepen aan opdrachten, zowel binnen het gebouw van de Reinwardt Academie als in het werkveld. Je werkt aan realistische casussen, maar ook aan echte opdrachten voor erfgoedinstellingen.