Historie Reinwardt Academie

In augustus 1976 startte de Reinwardt Academie met haar eerste cursusjaar, in Leiden. Het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen had het door de Gemeente Leiden voorgestelde driejarige studieprogramma goedgekeurd. Studenten konden na anderhalf jaar kiezen voor één van de drie afstudeerrichtingen: beheer & behoud, museumcommunicatie of algemeen.

Al in het eerste afstudeerjaar bleek dat weinig studenten de cursus in drie jaar konden voltooien. Dit kwam vooral door de zwaarte van het programma en de beperkte tijdsduur voor stages en practica. In 1986, bij de invoering van de WHBO, werd de cursusduur uitgebreid naar vier jaar. Dit leidde tot grote veranderingen in het curriculum: de meeste vakken werden verdiept en ook werd meer aandacht besteed aan de begeleiding van interne en vooral externe praktijksituaties.

Begin 1992 verhuisde de Reinwardt Academie naar Amsterdam en werd een onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. De opleiding maakte tot dan toe deel uit van het kunstonderwijs. In de nota Zicht op kwaliteit (1999) stelde de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor de opleiding Museologie onder te brengen bij de hbo-sector Economie. Na protesten werd de opleiding uiteindelijk ondergebracht bij de sector Taal en cultuur.

In 2000 is een geheel vernieuwd curriculum ingevoerd. De afstudeerrichtingen beheer & behoud en communicatie werden afgesplitst in respectievelijk informatieverzorging & collectiebeheer en publieksbegeleiding & tentoonstellen. In 2003 werd vervolgens een nieuwe manier van lesgeven geïntroduceerd: competentiegericht onderwijs. De nadruk ligt nu op het verwerven van vaardigheden in plaats van het leren van theorie.

In 1994 startte een Engelstalig Master's Degree Programme. Deze vooral voor buitenlandse studenten bedoelde opleiding werd ontwikkeld met steun van de AHK en NUFFIC.