Samuel von Quiccheberg: de eerste museoloog

Samuel von Quiccheberg (1529-1567) was een uit de Nederlanden afkomstige arts in dienst van hertog Albrecht V van Beieren. Hij was auteur van het boekje Inscriptiones vel Tituli Theatri Amplissimi ..., de eerste publicatie op het gebied van de theoretische museologie.

Quiccheberg werd geboren in Antwerpen. Op tienjarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders naar Gent en later naar Nürnberg. In de periode 1547-1550 studeerde hij aan de universiteiten van Basel en Augsburg (geneeskunde, filosofie, letterkunde en geschiedenis). Na zijn afstuderen gaf hij enige tijd les aan de universiteit van Ingolstadt. In deze periode begon hij met het aanleggen van een verzameling. Tijdens zijn studie in Augsburg was Quiccheberg in contact gekomen met de bankiersfamilie Fugger. Johan-Jakob Fugger vroeg hem de Fugger-verzameling te ordenen en beschrijven. Kennelijk deed hij dit zo succesvol dat Fugger hem aanbeval bij de hertog van Beieren, Albrecht V. In 1553 trad Quiccheberg in dienst van de hertog en bleef dat tot zijn dood. Quiccheberg was werkzaam als lijfarts en raadsheer en was tevens verantwoordelijk voor de hertogelijke verzamelingen. In opdracht van de hertog maakte hij een studie- en verzamelreis naar Italië, waarbij hij een aantal bekende Italiaanse verzamelingen bezocht. Albrecht V bezat een omvangrijke collectie naturalia en artificialia. In 1563-1567 liet hij naast zijn residentie in München een apart gebouw neerzetten voor zijn bibliotheek en zijn collectie. In 1809 werd in dit gebouw de munt ondergebracht, vandaar de huidige naam: Münzhof. Quiccheberg werkte een ordening voor de presentatie uit, maar stierf voordat deze gerealiseerd kon worden.

Quiccheberg publiceerde zeer uiteenlopende geschriften op medisch en historisch gebied. Hij was bevriend met de componist Orlando di Lasso en schreef een commentaar op diens psalmen. Maar het meest beroemd werd Samuel von Quiccheberg door zijn Inscriptiones vel Tituli Theatri Amplissimi ..., gepubliceerd in 1565. Het was waarschijnlijk de eerste aanzet tot een veel omvangrijker werk waarin de hertogelijke collectie beschreven zou worden. Zijn ontwerp voor een ideaal museum legde de basis voor enerzijds het inrichten van musea en anderzijds het ontwikkelen van een theorie van het verzamelen.