
Erfgoedarena van 12 december 2007 ging over de ontwikkeling en inrichting van het Nationaal Historisch Museum. Binnenkort zal minister Plasterk de kwartiermaker bekend maken die de opdracht krijgt om het concept voor het Nationaal Historisch Museum te ontwikkelen. De discussie over het NHM is tot nu toe vooral gevoerd in de museumwereld en te weinig erfgoedbreed. Aan de hand van drie uitgangspunten uit de notitie van de minister werden ideeën geinventariseerd hoe erfgoedinstellingen een bijdrage aan het NHM kunnen leveren.
De centrale vraag van dit debat was: moet het Nationaal Historisch Museum niet als een Nationale Historische Erfgoedinstelling worden opgezet en ingericht?
De Arena zal deze keer de vorm hebben van een workshop. Het doel van deze avond was om met concrete ideeën en aanbevelingen te komen, deze te bundelen en aan te bieden aan de toekomstige kwartiermaker. Workshopleider was Erik Bär, Directeur Tinker imagineers, creatief consultancy- en ontwerpbureau. Inleidende spreker was Chris Groeneveld, Directeur Anno, het promotiebureau voor de Nederlandse geschiedenis. Zijn inleiding was getiteld: Nationaal Historisch Museum of Nationaal Historische erfgoedinstelling?
Er waren drie sessievoorzitters: Wim Manuhutu, Directeur Moluks Historisch Museum Maluku zat de sessie voor over de relatie en afstemming tussen het NHM en andere regionale of gespecialiseerde erfgoedinstellingen.
Een vakdidacticus Geschiedenis van het Instituut voor de Lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam zat de sessie voor over de relatie en afstemming tussen het NHM en het onderwijs.
Een publieksverantwoordelijke in een archief zat de sessie voor over de verhouding tussen virtuele en fysieke bezoekers aan het NHM.